Elanden kijken in de winter van 2005
De tocht begint vanaf Romsås Framigard op de Stor-Tann seter
(op 850 m. boven NAP).
Vanaf deze seter lopen we ongeveer een kilometer de Saubuweg af naar
de moerasgebieden. Dit is de plek waar “de koning van het bos”
zich gewoonlijk ophoudt.
De eland is een voorzichtig dier en houdt zich overdag schuil in de
bossen. In de avondschemering komt hij tevoorschijn om bij de moerassen
te grazen. Dit is het moment voor ons om dichterbij te sluipen en de
spanning te voelen.
Nadat we hopelijk elanden gezien hebben, warmen we weer op met iets
te drinken of met elandengehakt met cranberrycompôte in een traditionele
tent.
Duur: 3 – 4 uur
Max. 12 pesonen per tocht
De tocht is aan te passen aan specifieke wensen. Neem daarvoor contact
op met Ringebu Natur.
We rijden door het bergdorp Brekkom naar het setergebied Store Tann
waar 27 boerderijen hun seter hebben. Een seter is een zomerboerderij
in de bergen. Vroeger werden in de zomer de koeien op de seter gehouden.
De melk werd ter plekke verwerkt. Vanaf deze seter gaan we over een
oude bergweg te voet het rijk van de “koning van het bos”
in.
Onderweg bekijken we wat een eland zoal eet in de winter: nieuwe scheuten
van de wilg, berk, jeneverbes en dennenbos of mosheide. Hij vindt deze
planten door in de sneeuw te graven. Een volwassen eland heeft 40 tot
70 kilo van dit soort voedsel per dag nodig. De eland teert dan behoorlijk
in op z’n vetreserves die hij in de zomer heeft opgebouwd.
De stieren verliezen hun horens iedere winter. In de loop van de zomer
krijgen ze nieuwe horens. Die horens worden ieder jaar groter. De grootte
van de horens is van belang voor de bepaling van de rangorde in de groep.
De vrouwtjes krijgen hun kalf eind mei-juni. De kalveren blijven bij
hun moeder tot zij een nieuw kalf krijgt in het jaar daarop. Dan worden
ze verjaagd, als ze dan niet al in de herfst geschoten zijn. Bij de
geboorte wegen ze 12-15 kilo en al in de herfst hebben ze een gewicht
van zo’n 120-150 kilo. Een volwassen stier kan tot 600 kilo wegen.
De eland is het grootste wildsoort in Noorwegen en leeft verspreid over
het grootste deel van Noorwegen.
De elandenjacht start hier op 25 oktober en duurt tot 1 november. Landelijk
worden er jaarlijks 40 000 elanden geschoten. In Ringebu zijn dat er
zo’n 270 en in Brekkom zo’n 35-40 stuks. Dit zijn grote
hoeveelheden goed vlees waar de grondeigenaar recht op heeft.
De eland kan niet goed zien, maar des te beter horen en ruiken. Hij
is zeer schuw voor mensen. Mensen zijn de grootste vijand voor de eland.
Daarom is het moeilijk om dichtbij een eland te komen. Het is belangrijk
om geluiddloos te bewegen en tegen de windrichting in te staan. We kunnen
daarom niet garanderen dat we elanden te zien krijgen, maar de kans
is groot. Elanden houden zich overdag schuil in het bos. De safaritochten
moeten daarom in de avondschemering gemaakt worden als de eland op de
open graasvlaktes tevoorschijn komt.
Trek warme, hoge schoenen, goede wanten, een muts en warme kleding
die geen geluid maakt bij het lopen aan. Nadat we hopelijk elanden hebben
gezien, wordt er iets warm te drinken geserveerd. Zelf gemaakte elandengehakt
wordt geserveerd voor diegenen die erin geïnteresseerd zijn. Dit
moet wel besteld worden.